ECLI:NL:RVS:2024:3074
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijkheid identiteit en onvoldoende motivering geloofwaardigheid
De vreemdeling uit Guinee diende op 29 september 2017 een asielaanvraag in, die op 12 maart 2020 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de minister de identiteit van de vreemdeling onterecht ongeloofwaardig achtte, mede gelet op een eerder besluit waarin een verblijfsvergunning werd verleend op een andere naam en geboortedatum. Tevens oordeelde de Afdeling dat het iMMO-rapport, dat psychische en lichamelijke beperkingen vaststelde die het verklaringsvermogen van de vreemdeling beïnvloeden, onvoldoende door de minister was betrokken in de beoordeling van de geloofwaardigheid.
Verder werd geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling in het bezit zou zijn van een paspoort dat zij te kwader trouw zou hebben achtergehouden, mede gezien het ambtsbericht over paspoortaanvragen in Guinee.
Gelet op deze tekortkomingen vernietigde de Afdeling het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en beval de minister een nieuwe beslissing te nemen waarbij de bevindingen van de Afdeling in acht worden genomen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de minister moet een nieuwe beslissing nemen.