ECLI:NL:RVS:2024:3078
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 14 mei 2024 een besluit om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling constateerde echter dat het hoger beroep zich niet richtte tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet had toegelicht waarom die uitspraak onjuist zou zijn.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 31 juli 2024 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.