ECLI:NL:RVS:2024:3079
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 mei 2024 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2024 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor voorlopige voorziening passend is om de belangen van partijen te waarborgen.
Daarom werd bepaald dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 31 juli 2024.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.