ECLI:NL:RVS:2024:3094
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning splitsing gemeentelijk monument in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 5 maart 2019 de aanvraag van appellant om een omgevingsvergunning te verkrijgen voor het legaliseren van de verbouwing van een gemeentelijk monument afgewezen. De verbouwing betrof het splitsen van het pand in drie zelfstandige appartementen, met aanpassingen zoals nieuwe keukens, badkamers en dakramen.
Appellant stelde bezwaar in tegen het besluit, dat door het college op 2 maart 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde deel in stand. Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college het bestemmingsplan correct heeft toegepast en dat het splitsen van de woning in drie zelfstandige appartementen in strijd is met het bestemmingsplan. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten, omdat appellant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de aanvraag te wijzigen.
Het incidenteel hoger beroep van het college vervalt omdat het hoger beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.