ECLI:NL:RVS:2024:3134
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens inreisverbod en onttrekkingsrisico
Bij besluit van 27 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld over de termijn van tijdelijke plaatsing in een politiecel; de vreemdeling heeft deze cel binnen de toegestane 24 uur verlaten. Verder beoordeelt de Afdeling de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve en concludeert dat de zware gronden 3a en 3h, waaronder het inreisverbod van tien jaar en het ontbreken van een geldig identiteitsdocument, voldoende zijn om de bewaring te dragen.
De klachten van de vreemdeling over het toepassen van lichtere maatregelen worden verworpen vanwege het aanwezige onttrekkingsrisico. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.