ECLI:NL:RVS:2024:3164
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 juli 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 5 september 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, welke op 24 april 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De griffier wees de vreemdeling erop dat het griffierecht uiterlijk op 5 juni 2024 betaald moest worden. Na het uitblijven van betaling volgde een herinnering per aangetekende brief op 19 juni 2024, met een betalingstermijn van twee weken. De vreemdeling betaalde het griffierecht niet en gaf geen geldige reden voor het uitblijven van betaling.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer onder leiding van mr. H.G. Sevenster op 5 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.