ECLI:NL:RVS:2024:3170

Raad van State

Datum uitspraak
6 augustus 2024
Publicatiedatum
6 augustus 2024
Zaaknummer
202402956/2/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.3 Wet hersteloperatie toeslagenArt. 4.1 Wet hersteloperatie toeslagenArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening terugbetaling schuld Wet hersteloperatie toeslagen

Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening gevraagd nadat haar verzoek om terugbetaling van een schuld van €10.706,00 aan Data Entry Services Suriname door de minister van Financiën was afgewezen. De minister baseerde dit op de Wet hersteloperatie toeslagen, waarbij niet werd voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.3, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder a en b. Het bezwaar en het beroep van verzoekster werden ongegrond verklaard.

Verzoekster stelde dat zij in financiële nood verkeert en haar schulden niet meer kan betalen, en verzocht daarom om een voorlopige voorziening die de minister zou verplichten haar financieel tegemoet te komen. De voorzieningenrechter overwoog dat een dergelijke voorziening neerkomt op het opleggen van een financiële verplichting aan de minister, waarvoor aannemelijk moet zijn dat de bodemrechter de schuld zal overnemen.

De voorzieningenrechter achtte het op dit moment niet aannemelijk dat de bodemrechter tot die conclusie zal komen, mede gezien de vele vragen die de factuur van Data Entry Services Suriname oproept. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de minister niet verplicht proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot financiële tegemoetkoming wordt afgewezen.

Uitspraak

202402956/2/A2.
Datum uitspraak: 6 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[verzoekster], wonend in [woonplaats],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 19 april 2024 in zaak nr. 24/2302 en 24/2405 in het geding tussen:
[verzoekster]
en
de minister van Financiën.
Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 15:30 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter
Griffier: mr. A.S. Rietveld
Jurist: mr. F.F. Schuhmacher
Verschenen:
[verzoekster], vertegenwoordigd door mr. P.W.E. Ros, advocaat te Rotterdam;
de minister, vertegenwoordigd door mr. M.A. Balbi en mr. S.N. Ishak;
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 19 april 2024 van de rechtbank Rotterdam. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing:
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Daartoe wordt het volgende overwogen:
Bij besluit van 13 september 2023 heeft de minister het verzoek van [verzoekster] om terugbetaling van een reeds betaalde schuld van € 10.706,00 aan Data Entry Services Suriname afgewezen, omdat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.3, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder a en b, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Het bezwaar daartegen is ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
[verzoekster] verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de minister haar tegemoet komt in financiële zin, omdat zij in financiële nood verkeert en haar huidige schulden niet meer kan betalen.
De gevraagde voorziening komt neer op het opleggen van een financiële verplichting aan de minister. De voorzieningenrechter neemt aan dat bij toewijzing van het verzoek de minister een restitutierisico loopt. Daarom is de gevraagde voorziening slechts toewijsbaar als aannemelijk is dat het naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak alsnog komt tot overname van de betreffende schuld en dat dus op de minister in die zin enige financiële verplichting zal gaan rusten.
Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is het op dit moment niet aannemelijk dat de bodemrechter tot de conclusie zal komen dat dit een schuld betreft die de minister moet overnemen, gelet op de vele vragen die de overgelegde factuur van Data Entry Services Suriname oproept. Er is daarom geen grond om een voorziening te treffen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Rietveld
griffier
1064