ECLI:NL:RVS:2024:3171

Raad van State

Datum uitspraak
6 augustus 2024
Publicatiedatum
6 augustus 2024
Zaaknummer
202307190/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing urgentieverklaring ondanks lange inschrijfduur en medische situatie

Het hoger beroep betreft de afwijzing van een aanvraag om een urgentieverklaring door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, welke door de rechtbank Amsterdam op 10 oktober 2023 ongegrond werd verklaard.

Appellante betoogde dat haar lange inschrijfduur van 23 jaar en haar medische situatie recht geven op urgentie, mede vanwege de wens voor een woning met twee slaapkamers in Amsterdam-West zodat haar meerderjarige dochter kan meeverhuizen. De rechtbank oordeelde echter dat het college terecht beide algemene weigeringsgronden toepaste en dat met aanvullende voorzieningen zoals een Wmo-indicatie en het label 'van groot naar beter' appellante binnen afzienbare tijd een passende woning kan vinden.

De Afdeling bestuursrechtspraak sluit zich aan bij dit oordeel en benadrukt dat ook met een urgentieverklaring de gewenste woning niet gegarandeerd kan worden vanwege schaarste en beperkingen in het zoekprofiel. Tevens is de meerderjarige dochter geen onderdeel van het huishouden, waardoor geen extra kamer wordt toegekend. Er zijn geen stukken overgelegd die een medische noodzaak voor urgentie onderbouwen.

Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat het systeem van Woningnet en aanvullende voorzieningen voldoende mogelijkheden bieden om een passende woning te verkrijgen, ondanks langere wachttijd voor specifieke wensen.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring vanwege onvoldoende medische noodzaak en passende woningmogelijkheden.

Uitspraak

202307190/1/A2.
Datum uitspraak: 6 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Amsterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2023 in zaak nr. 22/3129 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college).
Openbare zitting gehouden op 1 augustus 2024 om 12:15 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. A.S. Rietveld
Jurist: L.R. Meeng
Verschenen:
[appellante], bijgestaan door S. Toughza, advocaat te Amsterdam, vergezeld van [persoon];
het college, vertegenwoordigd door mr. U. Tasdelen en C. Venema;
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 10 oktober 2023 van de rechtbank Amsterdam, waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van 25 mei 2022 ongegrond heeft verklaard. Bij dit besluit heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen het besluit van 8 november 2021 tot afwijzing van haar aanvraag om een urgentieverklaring te verlenen, ongegrond verklaard.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank
Motivering
De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd komen er in de kern op neer dat zij vindt dat het college ten onrechte stelt dat zij haar woonprobleem zelf kan oplossen. Zelfs met haar lange inschrijfduur, is het volgens [appellante] niet mogelijk om een passende woning te krijgen die aansluit op haar medische situatie. Hierbij moet het volgens haar gaan om een woning in Amsterdam-West met twee slaapkamers, zodat ook haar meerderjarige dochter kan meeverhuizen.
De rechtbank heeft zich ook al uitgelaten over deze beroepsgronden. In overweging 6 tot en met 8 heeft de rechtbank geoordeeld dat het college beide algemene weigeringsgronden aan de afwijzing ten grondslag kon leggen. Met de inschrijfduur van (inmiddels) 23 jaar en andere aanvullende voorzieningen, zoals een Wmo-indicatie, het label ‘van groot naar beter’ en de mogelijkheid om een seniorenwoning te betrekken, moet het [appellante] lukken om binnen afzienbare tijd op eigen kracht een passende woning te vinden. In overweging 11 heeft de rechtbank geoordeeld dat het college niet de hardheidsclausule had hoeven toepassen. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling voegt hieraan toe dat, zoals het college op de zitting ook heeft toegelicht, [appellante] met een urgentieverklaring ook niet de door haar gewenste woning kan krijgen. Gelet op de grote schaarste aan sociale huurwoningen kan in beginsel slechts één stadsdeel van het zoekprofiel worden uitgezonderd, om zo de grootste kans te hebben dat een passende woning kan worden toegewezen. Daarnaast wordt de meerderjarige dochter van [appellante] niet meegerekend tot het huishouden, waardoor in het zoekprofiel voor haar geen extra kamer wordt opgenomen. [appellante] heeft geen stukken overgelegd die aanknopingspunten geven voor het oordeel dat haar specifieke wooneisen voortvloeien uit een medische noodzaak en daarom reden zouden moeten zijn voor het verlenen van urgentie.
Met haar lange inschrijfduur kan [appellante] via het systeem van Woningnet binnen afzienbare tijd een andere woning krijgen. Daarnaast is het via deze weg mogelijk dat zij een woning kan vinden die wel aansluit op haar wooneisen. Omdat er slecht een beperkt aantal woningen beschikbaar komen die aan haar eisen voldoen, zal dit wel betekenen dat [appellante] langer moet wachten op een passende woning.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rietveld
griffier
1064