202206465/1/A3.
Datum uitspraak: 7 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 oktober 2022 in zaak nr. 20/4814 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Procesverloop
Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college het verzoek van [appellant] om toewijzing van een extra nummeraanduiding op zijn ligplaats [locatie] in Amsterdam afgewezen.
Bij besluit van 27 juli 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 oktober 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2024, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Lensink, is verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] heeft zijn woonboot feitelijk gesplitst in twee wooneenheden. Hij bewoont zelf één wooneenheid en wil de andere gaan verhuren. Het college heeft zijn verzoek om een extra nummeraanduiding toe te wijzen op zijn ligplaats ten behoeve van die verhuur afgewezen, omdat de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (hierna: de Wet BAG) en de Verordening basisinformatie 2018 daartoe geen ruimte biedt. De rechtbank is het college hierin gevolgd.
2. De Afdeling onderschrijft het oordeel van de rechtbank, en de wijze waarop dat is gemotiveerd, dat het gelet op de tekst van de Wet BAG niet mogelijk is om een extra nummeraanduiding aan een ligplaats toe te kennen. Ook onderschrijft de Afdeling het overige oordeel van de rechtbank, en de overweging onder 5.2, waarop dat oordeel is gebaseerd. Wat [appellant] heeft aangevoerd kan niet leiden tot een geslaagd hoger beroep.
2.1. De Afdeling overweegt in aanvulling hierop nog het volgende. Als [appellant] zijn woonboot wil splitsen, dan kan hij een aanvraag voor een splitsingsvergunning indienen. Pas na toekenning van de splitsingsvergunning heeft [appellant] een grondslag om een verzoek te doen om aan het gesplitste deel van zijn woonark een huisnummer toe te kennen.
3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Sluis
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024
802