ECLI:NL:RVS:2024:3270
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en voorlopige voorziening in zaak vreemdeling bescherming Richtlijn 2001/55/EG
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 oktober 2022 vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 28 september 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 26 juni 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees zij het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers, in aanwezigheid van griffier C.C.J. de Wilde, op 14 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.