ECLI:NL:RVS:2024:3281
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag facilitering overkomst naar Nederland voor fixer uit Afghanistan
De appellant, een Afghaan die als fixer werkte voor een Nederlands programmateam, vroeg de minister om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege gevaar in Afghanistan. De minister wees dit af omdat appellant niet was opgeroepen tijdens de acute evacuatiefase en niet behoorde tot de groepen waarvoor een speciale voorziening was ingesteld.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de minister geen bijzondere individuele omstandigheden hoefde mee te wegen en dat er geen schending van de hoorplicht had plaatsgevonden. Appellant stelde in hoger beroep dat de minister wel rekening had moeten houden met bijzondere omstandigheden en dat hij tot een bredere doelgroep behoorde, maar geen oproep had ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond om af te wijken van het beleid. Het feit dat appellant gevaar loopt en een band met Nederland beweert te hebben, is onvoldoende. Ook het feit dat andere fixers wel waren overgebracht, rechtvaardigt geen andere beslissing.
De klacht over de hoorplicht werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot facilitering van overkomst naar Nederland.