ECLI:NL:RVS:2024:3357
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering wijziging en verlenging verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 april 2021 een aanvraag van de vreemdeling tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen, evenals een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat op 17 augustus 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank, die op 2 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.