ECLI:NL:RVS:2024:3370

Raad van State

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
21 augustus 2024
Zaaknummer
202405205/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen voorgenomen overdracht vreemdeling na niet-in behandeling nemen verblijfsaanvraag

De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 juli 2024 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 19 augustus 2024 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om zijn voorgenomen overdracht op 20 augustus 2024 te voorkomen.

De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en besloot bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening te treffen dat de overdracht op 20 augustus 2024 achterwege blijft. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan rechtsbijstand door een derde.

De uitspraak werd gedaan op 19 augustus 2024 door voorzieningenrechter J.Th. Drop, in aanwezigheid van griffier T. Toonen. De voorlopige voorziening geldt totdat de voorzieningenrechter uitspraak doet over het resterende deel van het verzoek na het verstrijken van de termijn.

Uitkomst: De voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 augustus 2024 wordt geschorst en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202405205/2/V2.
Datum uitspraak: 19 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 19 augustus 2024 in zaak nr. NL24.28093 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 12 juli 2024 heeft de minister een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft desgevraagd een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft op 19 augustus 2024 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van diezelfde dag en de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zijn voorgenomen overdracht op 20 augustus 2024 om 14:15 uur achterwege blijft. Alleen al omdat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de termijn is verstreken, zal de voorzieningenrechter uitspraak doen op het resterende deel van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 20 augustus 2024 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Toonen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2024
979