ECLI:NL:RVS:2024:3378
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling bij besluit van 17 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling blijft in stand.