ECLI:NL:RVS:2024:3380
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor buitenunit airco ondanks bezwaren geluidsoverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland verleende op 24 juni 2021 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een buitenunit voor een airco aan de westgevel van een woning in Zierikzee. Appellanten, wonend op een nabijgelegen perceel, maakten bezwaar tegen deze vergunning vanwege vrees voor geluidsoverlast.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Raad van State. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de buitenunit voldeed aan artikel 3.8, tweede lid, van het Bouwbesluit 2012, met name of een tonaliteitstoeslag in de geluidsberekening had moeten worden toegepast.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht mocht vertrouwen op de door de fabrikant aangeleverde gegevens en dat het niet verplicht was om het geluidsniveau van het specifieke apparaat op de locatie te onderzoeken. De berekeningen van een vergelijkbaar type buitenunit waren voldoende. De herhaalde bezwaren van appellanten boden geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de buitenunit airco blijft in stand.