ECLI:NL:RVS:2024:3430
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning en terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 december 2019 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een terugkeerbesluit op. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het terugkeerbesluit en bepaalde dat de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd moest worden verleend op grond van het buitenschuldbeleid.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het aan de minister is om te bepalen of een verblijfsvergunning moet worden verleend en dat hij verplicht is een terugkeerbesluit te nemen indien niet aan de toelatingsvoorwaarden is voldaan. De Raad van State vernietigde daarom het gedeelte van de uitspraak van de rechtbank waarin het terugkeerbesluit werd vernietigd en de verblijfsvergunning werd toegekend.
De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd. De minister dient een nieuw besluit te nemen over de aanvraag van de vreemdeling. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt deels vernietigd; de minister moet een nieuw besluit nemen.