ECLI:NL:RVS:2024:3433

Raad van State

Datum uitspraak
22 augustus 2024
Publicatiedatum
22 augustus 2024
Zaaknummer
202404047/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herzieningsverzoek niet-ontvankelijk verklaard hoger beroep vreemdeling

De vreemdeling verzocht om herziening van de uitspraak van 27 juni 2024 waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Hij stelde dat hij op 1 februari 2024 een brief had verzonden waarin hij betoogde dat de minister onterecht had gesteld dat hij met onbekende bestemming was vertrokken.

De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat deze brief niet was ontvangen omdat deze naar een telefoonnummer was gefaxt in plaats van naar het juiste faxnummer. Dit leidde ertoe dat de brief niet kon worden betrokken bij de beoordeling van het hoger beroep.

De vreemdeling had echter eerder, op 4 oktober 2023, wel documenten naar het juiste faxnummer gestuurd, wat impliceert dat hij bekend was met het correcte nummer. Hierdoor voldeed het herzieningsverzoek niet aan de vereisten van artikel 8:119 Awb Pro.

De Afdeling wees het verzoek daarom af en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van C.M. Wissels.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb.

Uitspraak

202404047/1/V3.
Datum uitspraak: 22 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om herziening (artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2024 in zaak nr. 202306240/1/V3, ECLI:NL:RVS:2024:2627.
Procesverloop
Bij brief van 1 juli 2024 heeft verzoeker de Afdeling verzocht om de hiervoor genoemde uitspraak van 27 juni 2024 te herzien.
Overwegingen
1.       De Afdeling kan onder omstandigheden een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nieuwe feiten en omstandigheden (artikel 8:119, eerste lid, van de Awb). De vreemdeling heeft zulke feiten en omstandigheden niet aangevoerd.
2.       De Afdeling heeft het hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gemachtigde van de vreemdeling desgevraagd niet heeft laten weten dat zij nog contact met hem heeft. De vreemdeling wil herziening van deze uitspraak. Hij voert daarvoor aan dat hij op 1 februari 2024 een brief aan de Afdeling heeft verzonden waarin hij heeft vermeld dat de minister ten onrechte heeft gesteld dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. Deze brief heeft hij bij zijn verzoek gevoegd. De Afdeling stelt vast dat hij die brief naar het telefoonnummer van de Afdeling heeft gefaxt in plaats van naar het faxnummer. Daardoor heeft de Afdeling die brief niet ontvangen en heeft zij die brief niet kunnen betrekken bij haar oordeelsvorming over het hoger beroep. Dat de vreemdeling ten tijde van het versturen van de brief op 1 februari 2024 en dus ook voordat de Afdeling op 27 juni 2024 uitspraak deed al bekend was of redelijkerwijs bekend had moeten zijn met het faxnummer, blijkt uit de omstandigheid dat hij het herzieningsverzoek en ook het hogerberoepschrift van zaak nr. 202306240/1/V3 op 4 oktober 2023 wel naar het juiste nummer heeft gefaxt. Om die reden voldoet het herzieningsverzoek niet aan artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb.
3.       De Afdeling wijst het verzoek daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van de Kolk, griffier.
w.g. Wissels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Kolk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2024
347-985