ECLI:NL:RVS:2024:3451
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
Tijdens de procedure liet de minister weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming Nederland had verlaten en dat zijn gemachtigde geen contact meer had. Hierdoor concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling geen belang meer had bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 26 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.