ECLI:NL:RVS:2024:3462
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksualiteit
De vreemdeling uit Irak heeft in 2022 een tweede opvolgende asielaanvraag ingediend op grond van zijn homoseksualiteit en een nieuwe relatie. De minister wees deze aanvraag af omdat de relatie niet aannemelijk was gemaakt en twijfelde aan de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van de vreemdeling.
De rechtbank had geoordeeld dat de minister na het gehoor in maart 2023 medisch advies had moeten inwinnen bij de Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU) vanwege een verklaring van een psycholoog uit 2021 over mogelijke psychische beperkingen van de vreemdeling. De minister stelde echter dat deze verklaring te oud was en onvoldoende aanknopingspunten bood voor nader medisch onderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de verklaring van de psycholoog, die bijna twee jaar oud was en geen concrete medische diagnose bevatte, onvoldoende aanleiding gaf voor het inwinnen van medisch advies. Ook waren er tijdens het gehoor geen signalen dat de vreemdeling verminderd in staat was om te worden gehoord. De grief van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling van de beroepsgronden die de rechtbank niet had beoordeeld.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, uitspraak rechtbank vernietigd en zaak terugverwezen voor verdere behandeling.