ECLI:NL:RVS:2024:3469

Raad van State

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
BRS.24.000293
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van grensdetentie voor Russische transgender vreemdeling zonder bijzondere omstandigheden

Bij besluit van 23 juni 2024 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel op aan een Russische transgender vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en geoordeeld dat de rechtbank op juiste wijze heeft getoetst of de minister bij het opleggen van de grensdetentie rekening heeft gehouden met bijzondere individuele omstandigheden die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend zouden maken. De minister heeft dit ontkennend kunnen beantwoorden.

De Raad van State vond geen aanleiding om het besluit onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het hoger beroep is daarmee ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de grensdetentie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

BRS.24.000293
Datum uitspraak: 30 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 juli 2024 in zaak nr. NL24.26077 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Anders dan de vreemdeling stelt, heeft de rechtbank op juiste wijze getoetst of de minister bij het opleggen van de grensdetentie aan de vreemdeling, een Russische transgender persoon, afdoende heeft beoordeeld of zich bijzondere individuele omstandigheden voordoen die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken en heeft de minister in dit geval die vraag ontkennend kunnen beantwoorden.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024
18-1058