ECLI:NL:RVS:2024:3470

Raad van State

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
27 augustus 2024
Zaaknummer
BRS.24.000294
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over oplegging grensdetentie aan Russische transgender vreemdeling

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan een Russische transgender vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.

De vreemdeling stelde in hoger beroep dat bijzondere individuele omstandigheden niet voldoende waren beoordeeld, waardoor de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend zou zijn. De Raad van State oordeelt echter dat de rechtbank de minister op juiste wijze heeft getoetst en dat het oordeel dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, terecht is.

Het hoger beroep bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet vereist is. De Afdeling bestuursrechtspraak ziet ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten.

De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De zaak is daarmee definitief beslecht.

Uitkomst: De Raad van State bevestigt de rechtmatigheid van de grensdetentie en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

BRS.24.000294
Datum uitspraak: 30 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 juli 2024 in zaak nr. NL24.26079 in het geding tussen:
[de vreemdeling],
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S.J. Koolen, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Anders dan de vreemdeling stelt, heeft de rechtbank op juiste wijze getoetst of de minister bij het opleggen van de grensdetentie aan de vreemdeling, een Russische transgender persoon, afdoende heeft beoordeeld of zich bijzondere individuele omstandigheden voordoen die de vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken en heeft de minister in dit geval die vraag ontkennend kunnen beantwoorden.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dallinga
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2024
18-1058