ECLI:NL:RVS:2024:349
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens niet voldoen aan bindingseis
Appellante heeft een urgentieverklaring aangevraagd nadat zij met haar gezin terugkeerde naar Amsterdam, waar zij sinds 7 januari 2021 staat ingeschreven. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020, omdat appellant niet voldeed aan de bindingseis van vier jaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Hoewel de woonsituatie van appellant en haar kinderen moeizaam is, acht de Afdeling deze niet zodanig schrijnend dat het college verplicht was een urgentieverklaring te verstrekken.
Verder overweegt de Afdeling dat medische problematiek alleen in aanmerking komt voor de hardheidsclausule indien deze wordt onderbouwd met medische verklaringen van specialisten; een verklaring van de huisarts volstaat niet. Het college hoefde daarom geen aanvullend medisch onderzoek te verrichten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.