ECLI:NL:RVS:2024:3514
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door Raad van State in hoger beroep
Bij besluit van 1 februari 2024 stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 16 februari 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat een soortgelijke rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 28 mei 2024. Er was geen aanleiding om het eerdere oordeel te herzien.
De Afdeling vond ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd en de minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.