ECLI:NL:RVS:2024:3562
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 juni 2022 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 31 maart 2023 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 15 juli 2024 gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit.
De minister stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling.
Gezien de belangen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.