ECLI:NL:RVS:2024:360
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten omgevingsvergunning Tilburg wegens onvoldoende handhaafbaarheid en motivering
De zaak betreft een beroep van een inwoner van Tilburg tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg over een omgevingsvergunning voor een bouwproject. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat bepaalde voorschriften van de vergunning onvoldoende handhaafbaar waren en het college opgedragen deze gebreken te herstellen.
Het college heeft daarop een nieuw besluit genomen, waarin een termijn is gesteld voor de uitvoering en instandhouding van het inrichtingsplan. Dit besluit werd echter onvoldoende gemotiveerd, omdat niet werd toegelicht waarom de gekozen termijn tot 31 december 2026 passend was. Na een aanvullende toelichting van het college acht de Afdeling de motivering alsnog deugdelijk.
De Afdeling vernietigt daarom alle drie de besluiten vanwege strijd met rechtszekerheid en onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen van het laatste besluit van 16 oktober 2023 in stand. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: De besluiten van 6 juli 2022, 1 augustus 2023 en 16 oktober 2023 worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit van 16 oktober 2023 blijven in stand.