ECLI:NL:RVS:2024:362
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen zorgverzekeraars inzake privacybescherming persoonsgegevens
De stichting Koepel van DBC-vrije Praktijken van Psychotherapeuten en Psychiaters verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) handhavend op te treden tegen Nederlandse zorgverzekeraars vanwege vermeende onrechtmatige verwerking van medische persoonsgegevens. De AP wees dit verzoek af, waarna de stichting bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.
De rechtbank Midden-Nederland had eerder geoordeeld dat de AP onvoldoende had gemotiveerd of de werkwijze van de zorgverzekeraars voldeed aan de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en internationale privacyregels. De AP voerde daarop aanvullend onderzoek uit en trad handhavend op tegen twee zorgverzekeraars vanwege niet in orde zijnde autorisaties. De overige knelpunten werden niet als overtredingen aangemerkt.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat het handhavingsverzoek ongegrond is. De stichting kon niet aantonen dat de rechtbank haar beroepsgronden onvoldoende had betrokken. De AP kan zorgverzekeraars niet verplichten tot een uniforme werkwijze. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.