ECLI:NL:RVS:2024:3634
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nieuw besluit handhaving bebouwing Halderberge
Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge wees het verzoek van een omwonende af om handhavend op te treden tegen een vermeende overschrijding van de toegestane bebouwingsoppervlakte op een aangrenzend perceel. De omwonende stelde beroep in tegen dit besluit en de rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de uitspraak van de rechtbank, zodat het geen nieuw besluit hoefde te nemen totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college gehouden is aan de uitspraak van de rechtbank en dat het verzoek om schorsing moet worden afgewezen.
De voorzieningenrechter bevestigde dat de overschrijding van de toegestane bebouwingsoppervlakte niet 1,2 m² maar ruim 50 m² bedraagt, mede doordat de uitbreiding van de woning moet worden meegeteld als bijbehorend bouwwerk binnen het bebouwingsgebied. Het college kan in het nieuwe besluit bijzondere omstandigheden en motieven opnemen, maar de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitvoering van de uitspraak van de rechtbank niet onomkeerbare gevolgen veroorzaakt.
Het college is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de omwonende. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Kaajan van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 september 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.