ECLI:NL:RVS:2024:3682
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank toepassing had gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waardoor hoger beroep tegen die uitspraak niet mogelijk is. Alleen verzet bij de rechtbank is toegestaan. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat er geen sprake was van een schending van het recht op een eerlijk proces.
De Afdeling verklaarde zich daarom onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen en stuurde het hogerberoepschrift door naar de rechtbank Den Haag als verzetschrift. Hiermee is de procedure voortgezet bij de rechtbank, conform de wettelijke bepalingen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep en verwijst het dossier door als verzetschrift naar de rechtbank.