ECLI:NL:RVS:2024:370
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete voor onrechtmatige toeristische verhuur woning Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan vier appellanten gezamenlijk een boete van €20.500 op wegens het onttrekken van een woning aan de woningvoorraad door verhuur aan toeristen zonder vergunning. Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €11.600. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden.
Appellanten erkenden de overtreding maar betoogden dat de boete verder gematigd moest worden vanwege bijzondere omstandigheden, zoals de korte verhuurperiode, het feit dat zij zelf hoofdverblijf hadden in de woning, en het ontbreken van overlast. Zij verwezen naar eerdere jurisprudentie waarin een lagere boete werd opgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht een boete van €11.600 oplegde, omdat verhuur aan tien toeristen een ernstige overtreding vormt die de leefbaarheid schaadt. De argumenten voor verdere matiging werden verworpen. Wel werd geoordeeld dat het college proceskosten aan appellanten moet vergoeden, omdat het college de boete gedeeltelijk had gematigd. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze het college niet tot vergoeding van proceskosten veroordeelde.
Uitkomst: De boete van €11.600 wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.