ECLI:NL:RVS:2024:3706
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom voor illegale bewoning bedrijfspand in Purmerend
Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend legde op 4 maart 2022 aan verzoeker een last onder dwangsom op wegens het in strijd met het bestemmingsplan bewonen van een bedrijfspand. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het handhavend optreden bevestigde, stelde verzoeker hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zoals die gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft op de last onder dwangsom. De overtreding bestond uit het bewonen van een bedrijfspand, wat strijdig is met het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen 2013". Het college was bevoegd tot handhaving en het geschil spitste zich toe op de vraag of handhaving onevenredig was.
Verzoeker voerde medische omstandigheden aan, positieve sociale effecten van bewoning, krapte op de woningmarkt en coronamaatregelen als redenen om af te zien van handhaving. De Raad van State volgde de rechtbank dat deze omstandigheden niet uitzonderlijk genoeg zijn om handhaving te staken. De medische situatie verplicht niet tot het toestaan van illegale bewoning. De krapte op de woningmarkt en coronamaatregelen rechtvaardigen geen afwijking van het handhavingsbeleid.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college terecht handhavend optreedt. Wel werd bij wijze van voorlopige voorziening de begunstigingstermijn voor het beëindigen van de overtreding gesteld op 26 weken na verzending van deze uitspraak, rekening houdend met de impact op verzoeker.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavend optreden en stelt de begunstigingstermijn op 26 weken.