ECLI:NL:RVS:2024:3725
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 21 juni 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 9 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, waardoor het oordeel van de rechtbank niet verder hoefde te worden gemotiveerd.
De Raad van State bevestigde bij uitspraak van 17 september 2024 de beslissing van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van mr. N. Verheij.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.