ECLI:NL:RVS:2024:3730
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging verblijfsvergunningbesluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 november 2022 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 8 juni 2023 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 11 juli 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de minister verplicht is de verblijfsvergunning te verlenen, en dat uitvoering van de uitspraak geen onomkeerbare gevolgen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 17 september 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet te schorsen.