ECLI:NL:RVS:2024:3730

Raad van State

Datum uitspraak
17 september 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
202404753/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vernietiging verblijfsvergunningbesluit

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 november 2022 de aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 8 juni 2023 ongegrond werd verklaard. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 11 juli 2024 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.

De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de minister verplicht is de verblijfsvergunning te verlenen, en dat uitvoering van de uitspraak geen onomkeerbare gevolgen heeft.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 17 september 2024.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet te schorsen.

Uitspraak

202404753/2/V3.
Datum uitspraak: 17 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 11 juli 2024 in zaak nr. NL23.16873 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 11 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van die uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       Gelet op de belangen die de minister en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De uitspraak van de rechtbank strekt er niet toe dat de minister de gevraagde verblijfsvergunning moet verlenen. Uitvoering van de uitspraak heeft daarom geen gevolgen die moeilijk ongedaan kunnen worden gemaakt. De voorzieningenrechter vindt verder van belang dat uitvoering van de uitspraak van de minister geen onevenredige inspanning vergt.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af;
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2024
644-1102