ECLI:NL:RVS:2024:3767

Raad van State

Datum uitspraak
19 september 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
202405702/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen intrekking erkenning als referent in vreemdelingenrecht

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de erkenning als referent van verzoekster ingetrokken. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk gegrond werd verklaard, maar de intrekking bleef in stand. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen de intrekking ongegrond op 30 augustus 2024. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist waarvoor de voorlopige voorzieningprocedure niet geschikt is. Gezien de belangen van partijen werd besloten de rechtsgevolgen van het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat op het hoger beroep is beslist.

Daarnaast werd de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 19 september 2024.

Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit en de uitspraak van de rechtbank worden opgeschort totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202405702/2/V1.
Datum uitspraak: 19 september 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoekster], gevestigd in Nijmegen,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 augustus 2024 in zaak nr. NL24.223 in het geding tussen:
[verzoekster]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aan [verzoekster] verleende erkenning als referent ingetrokken.
Bij besluit van 22 december 2023 heeft de staatssecretaris het door [verzoekster] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het bezwaar voor het overige ongegrond verklaard en de intrekking van de erkenning als referent in stand gelaten.
Bij uitspraak van 30 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [verzoekster] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld. Ook heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 22 december 2023 te schorsen, totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
2.       Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die naar voren zijn gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van de uitspraak van de rechtbank van 30 augustus 2024 in zaak nr. NL24.223 en het besluit van 22 december 2023, Z1-171387557122, worden opgeschort totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 875,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E. de Ruijter, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. De Ruijter
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 september 2024
887