Uitspraak
Datum uitspraak: 31 januari 2024
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel stelde op 18 mei 2021 een wijzigingsplan vast voor de bouw van één vrijstaande woning en twee aaneengebouwde woningen op een perceel dat momenteel als tuin wordt gebruikt. Het wijzigingsgebied ligt nabij een LPG-tankstation, waardoor externe veiligheidsaspecten, zoals het groepsrisico, relevant zijn.
Appellant betoogde dat het onderzoek naar het groepsrisico onjuist was uitgevoerd, onder meer door een te lage personendichtheidsfactor te hanteren en onterecht rekening te houden met een hittewerende coating op LPG-tankwagens. De Afdeling oordeelde echter dat het college een representatief onderzoek had gedaan en dat het betoog niet slaagde. Ook andere bezwaren van appellant, zoals de economische uitvoerbaarheid en het ontbreken van een goedgekeurd inrichtingsplan, werden verworpen.
Wel werd geoordeeld dat een deel van het wijzigingsplan onrechtmatig was vastgesteld, namelijk het plandeel met de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied. Deze bestemming was ten onrechte toegekend, omdat de wijzigingsbevoegdheid dit niet toestond. Dit deel van het plan werd vernietigd, waarbij de oorspronkelijke bestemming Wonen - 1 herleeft. Dit heeft geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid van het overige plan.
Verder werden bezwaren over de stedenbouwkundige inpassing, privacy en uitzicht van appellant afgewezen, omdat het college voldoende belangenafweging had gemaakt en de situatie aanvaardbaar was. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling droeg het college op om de vernietiging binnen vier weken te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan.
Uitkomst: Het wijzigingsplan wordt vernietigd voor het deel met bestemming Verkeer - Verblijfsgebied en het college wordt opgedragen dit te herstellen.