ECLI:NL:RVS:2024:3812
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak tegen inreisverbod en vertrekopdracht
De vreemdeling had bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 3 oktober 2022 afgewezen, met daarnaast een vertrekopdracht uit de Europese Unie en een inreisverbod opgelegd.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juli 2024 het besluit deels vernietigde door het beroep gegrond te verklaren, maar de rechtsgevolgen van het vertrek en inreisverbod in stand liet. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd bij de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij tijdens het hoger beroep opvang en verstrekkingen zou ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarbij de belangen van zowel de vreemdeling als de minister zijn afgewogen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, op 25 september 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor opvang en verstrekkingen aan de vreemdeling wordt afgewezen.