ECLI:NL:RVS:2024:3875
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.M.L. Niederer
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijgeschiktheid wegens ontbreken verplicht medisch onderzoek bij autismespectrumstoornis
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft op 2 juli 2021 het besluit van 24 juni 2019 ingetrokken waarmee aan appellant een verklaring van rijgeschiktheid voor rijbewijscategorie B was verleend. Dit gebeurde nadat tijdens het praktijkexamen bleek dat appellant Asperger heeft en opvallend afwijkend rijgedrag vertoonde. De examinator meldde dit aan het CBR, waarna het CBR constateerde dat het verplichte onderzoek door een onafhankelijk specialist, voorgeschreven in paragraaf 8.11 van de Regeling eisen geschiktheid 2000, niet had plaatsgevonden.
Appellant voerde aan dat het CBR niet op de melding van de examinator had mogen afgaan, omdat deze geen onafhankelijk specialist is, en dat het CBR al op 24 juni 2019 op de hoogte was van zijn autismespectrumstoornis. De Afdeling oordeelde echter dat het CBR niet eerder bekend was met deze informatie, omdat appellant dit niet in de gezondheidsverklaring had vermeld en de mailwisseling met zijn vader hierover niet expliciet was. Het CBR mocht daarom het besluit intrekken.
Verder stelde appellant dat het CBR ten onrechte afzag van een hoorzitting over zijn bezwaar. De Afdeling stelde vast dat het CBR op grond van artikel 7:3 Awb Pro mocht afzien van het horen, omdat het bezwaar niet tot een andere uitkomst kon leiden. Ook het betoog dat het besluit onevenredig was, faalde omdat het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder woog.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank Gelderland. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijgeschiktheid wordt bevestigd.