ECLI:NL:RVS:2024:3893
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvolledige motivering en schending hoorplicht in vreemdelingenzaak
De minister van Asiel en Migratie nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde zonder inhoudelijke motivering of reactie op de gronden van het beroep. Tevens werd de vreemdeling niet in de gelegenheid gesteld zijn beroep ter zitting toe te lichten, ondanks dat hij dit had aangegeven en zijn verhinderingen had doorgegeven.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69 Awb Pro geen deugdelijke uitspraak heeft gedaan en tevens de hoorplicht uit artikel 8:57 Awb Pro heeft geschonden door geen onderzoek ter zitting te verrichten zonder toestemming van partijen. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor een volledige behandeling.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de vernietiging van de uitspraak voldoende is. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die zijn gemaakt voor rechtsbijstand door een derde.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding.