ECLI:NL:RVS:2024:3901
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 juli 2024 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem werd uitgevaardigd.
De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, die op 22 juli 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld. Zij concludeert dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming en neemt de motivering van de rechtbank over. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.