ECLI:NL:RVS:2024:3915
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en oordeelde dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel was gekomen. De motivering van de rechtbank werd overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 30 september 2024 door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.