ECLI:NL:RVS:2024:3922
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-inbehandelingneming
De vreemdeling heeft bij besluit van 12 augustus 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 18 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek beoordeeld.
De Raad van State overneemt de motivering van de rechtbank en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Soffers in aanwezigheid van griffier L.W. Lagaaij op 1 oktober 2024.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.