ECLI:NL:RVS:2024:3927
Raad van State
- Verschoning
- E.A. Minderhoud
- H.G. Sevenster
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning staatsraad wegens mogelijke schijn van vooringenomenheid
De staatsraad Besselink heeft verzocht zich te mogen verschonen van de behandeling van drie samenhangende bestuursrechtelijke zaken die op 4 oktober 2024 zouden worden behandeld. Dit verzoek volgde nadat tijdens de voorbereiding bleek dat een advocaat van een kantoor waar de staatsraad voor zijn benoeming aan verbonden was, als gemachtigde van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland in een van deze zaken zou optreden.
De staatsraad wilde hiermee iedere schijn van vooringenomenheid vermijden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek op grond van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beoordeeld. Gezien de motivering achtte de Afdeling het verzoek tot verschoning gerechtvaardigd.
De Afdeling heeft het verzoek daarom toegewezen, waarmee de staatsraad niet zal deelnemen aan de behandeling van deze zaken. De beslissing werd genomen door voorzitter Minderhoud en leden Sevenster en Venema, in aanwezigheid van griffier Deen, en uitgesproken in het openbaar op 30 september 2024.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van staatsraad Besselink wordt toegewezen wegens mogelijke schijn van vooringenomenheid.