ECLI:NL:RVS:2024:3942
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A. Kuijer
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens lozing verontreinigd water zonder vergunning
Het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta legde op 2 april 2020 aan Comgoed een last onder dwangsom op wegens het lozen van verontreinigd water op het oppervlaktewater vanaf haar perceel zonder vergunning. Comgoed wilde een bioboardfabriek vestigen en had staalslakken met folie afgedekt, maar het perceel was onbebouwd vanwege vertraagde vergunningverlening. De rechtbank verklaarde de beroepen van Comgoed tegen het handhavingsbesluit en de invordering van de dwangsom ongegrond.
Comgoed voerde in hoger beroep aan dat de last onder dwangsom een bestraffende sanctie is, dat er sprake was van overmacht door extreem zware regenval, dat het college had moeten afzien van handhaving wegens bijzondere omstandigheden, dat de last onduidelijk was en dat de dwangsom te hoog was. Ook betwistte zij de verbeurdverklaring van de dwangsom en stelde dat het college had moeten afzien van invordering.
De Afdeling oordeelde dat de last een herstelsanctie is en geen bestraffende sanctie, dat geen sprake was van overmacht omdat Comgoed aanvullende maatregelen had kunnen treffen, dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van handhaving of invordering af te zien, dat de last duidelijk was geformuleerd en dat de hoogte van de dwangsom passend was. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van Comgoed wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering worden bevestigd.