ECLI:NL:RVS:2024:3960
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelatingsweigering master Economics and Business wegens onvoldoende cijfergemiddelde
Appellante heeft de bachelor Business Administration afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en verzocht om toelating tot de master Economics and Business met specialisatie Financial Economics. De examencommissie wees dit verzoek af omdat haar bachelor gemiddelde van 7,46 niet voldeed aan de eis van minimaal 7,5 volgens de Onderwijs- en Examenregeling (OER).
Het college van beroep voor de examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van appellante ongegrond en stelde dat het cijfergemiddelde strikt moest worden gelezen als 7,50, waarbij afronding naar beneden plaatsvindt. Tevens weigerde het CBE de hardheidsclausule toe te passen, ondanks de dyslexie en persoonlijke omstandigheden van appellante.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het CBE ten onrechte geen toepassing gaf aan de hardheidsclausule van artikel 28 OER Pro. De dyslexie en de impact van de Covid-19 pandemie kunnen de studieresultaten hebben beïnvloed, en deze omstandigheden hadden nader moeten worden afgewogen. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beslissing met inachtneming van deze uitspraak.
Het college van beroep wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De beslissing tot weigering van toelating wordt vernietigd en de examencommissie moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de hardheidsclausule.