ECLI:NL:RVS:2024:3961
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing voormalig stoomgemaal als gemeentelijk monument ondanks financiële bezwaren eigenaar
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 21 december 2021 het voormalig stoomgemaal aan de hoek van twee locaties in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. De eigenaar, appellanten, die het pand sinds 2013 in gebruik heeft als advocatenkantoor, heeft bezwaar gemaakt tegen deze aanwijzing vanwege vermeende negatieve financiële gevolgen. De welstandscommissie had positief geadviseerd over de aanwijzing.
Het college en de rechtbank oordeelden dat de door appellanten gestelde financiële belangen niet voldoende concreet en gemotiveerd waren om deze bij de belangenafweging mee te wegen. Ook werd gewezen op mogelijkheden zoals het Rotterdams Restauratiefonds voor financiering van restauraties. In hoger beroep herhaalde appellanten haar bezwaren, maar kon niet aannemelijk maken dat de monumentenstatus daadwerkelijk tot waardevermindering leidt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het beroep. Het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2013, waar appellanten naar verwezen, was niet vergelijkbaar en leidde niet tot een ander oordeel. De aanwijzing blijft gehandhaafd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van het voormalig stoomgemaal als gemeentelijk monument blijft gehandhaafd.