ECLI:NL:RVS:2024:3971
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen opslagcontainers zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde op 12 april 2021 een last onder dwangsom op aan de eigenaren van twee percelen in Krommenie, omdat zij zonder omgevingsvergunning twee opslagcontainers hadden geplaatst. Het college gelastte de containers te verwijderen en legde een dwangsom op. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank wees het beroep van de eigenaren af.
De eigenaren voerden in hoger beroep aan dat de containers op hetzelfde perceel als hun woning stonden en daarom vergunningvrij waren als bijbehorende bouwwerken. De Raad van State oordeelde dat de feitelijke situatie leidend is en dat de percelen niet als één perceel kunnen worden aangemerkt, mede vanwege een sloot en het ontbreken van een visuele eenheid. Ook het bestemmingsplan en overgangsrecht boden geen grond om de containers vergunningvrij te verklaren.
Verder stelde het hoger beroep dat het college het vertrouwensbeginsel had geschonden door de begunstigingstermijn te verlengen, waardoor volgens hen geen dwangsommen verbeurd zouden zijn. De Raad van State verwierp dit en stelde dat het college duidelijk had gemaakt dat de dwangsommen alsnog zouden worden verbeurd indien de overtreding niet werd beëindigd.
De Raad van State bevestigt daarmee het bestreden vonnis en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de opslagcontainers verwijderen en de dwangsommen invorderen.