ECLI:NL:RVS:2024:3975
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijziging exploitatievergunningen passagiersvervoer Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wijzigde bij besluiten van 4 juni 2020 de exploitatievergunningen voor 28 passagiersvaartuigen van onbepaalde naar bepaalde tijd. Diverse reders, waaronder Algemene Amsterdamse Rederij Noord-Zuid en Blue Boat Company, startten bestuursrechtelijke procedures tegen deze wijziging. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, maar de reders gingen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde deze zaak gelijktijdig met 50 soortgelijke zaken vanwege de veelal gelijkluidende gronden. In een eerdere uitspraak op 25 september 2024 oordeelde de Afdeling dat een deel van de algemene gronden slaagt, waardoor de wijzigingsbesluiten in alle zaken herroepen moeten worden. Hierdoor was verdere beoordeling van individuele gronden niet meer nodig.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 26 januari 2021, herroept de besluiten van 4 juni 2020 en vernietigde ook de besluiten van 22 april 2024 die de einddata van de vergunningen hadden verlengd. De eerder verleende onbepaalde vergunningen gelden weer. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de reders.
Uitkomst: De besluiten van het college van B&W Amsterdam die exploitatievergunningen van onbepaalde naar bepaalde tijd wijzigden, worden vernietigd en herroepen, waarbij de onbepaalde vergunningen weer gelden.