ECLI:NL:RVS:2024:3999
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 maart 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 16 augustus 2024 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Nieuwe ontwikkelingen in Libanon, waarop de vreemdeling zich beriep, konden niet in deze procedure worden meegenomen maar moesten in een nieuwe aanvraag worden ingebracht.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems op 3 oktober 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.