ECLI:NL:RVS:2024:4000
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep en voorlopige voorziening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 mei 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, die op 6 september 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep en het verzoek beoordeeld en oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding geeft tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hogerberoepschrift bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.