ECLI:NL:RVS:2024:4006
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bestuursrechtelijke procedure
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft uitspraak gedaan over een hoger beroep van Stichting Groen Kempenland tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Bladel. De procedure betrof een bestuursrechtelijke zaak die op 20 maart 2020 begon met de ontvangst van het beroepschrift bij de rechtbank.
De redelijke termijn voor de afhandeling van deze procedure bedroeg vier jaar, maar de Afdeling deed pas uitspraak op 22 mei 2024, wat neerkomt op een overschrijding van twee maanden. Deze vertraging is aan de Afdeling zelf toe te rekenen, aangezien de behandeling van het hoger beroep drie jaar en vier maanden heeft geduurd.
Op grond hiervan werd de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van €500 aan Stichting Groen Kempenland. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €437,50, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Geen van de partijen maakte gebruik van het recht om ter zitting gehoord te worden, waarna het onderzoek werd gesloten conform de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en €437,50 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.