ECLI:NL:RVS:2024:4058
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huisvuil in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 14 augustus 2023 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Appellante plaatste een huisvuilzak naast een inzamelvoorziening die volgens haar vol was. Ze betoogde dat de gemeente onvoldoende inzamelvoorzieningen bood en deze niet vaak genoeg leegt.
Het college stelde de kosten van bestuursdwang (€199,57) op appellante te verhalen en verklaarde haar bezwaar ongegrond. Appellante stelde beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 24 september 2024.
De Raad overwoog dat appellante niet betwist dat de vuilniszak van haar was en verkeerd was aangeboden. Volgens artikel 5:25 van Pro de Awb komen de kosten van bestuursdwang voor rekening van de overtreder, tenzij onredelijk. De omstandigheid dat containers vol waren ontslaat appellante niet van haar verplichting om huisvuil correct aan te bieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.